Relevante artikelen uit de Grondwet
In de Grondwet is monarchie verankerd.
Op deze site staan relevante artikelen uit de Grondwet
voor het Koninkrijk der Nederlanden zoals deze laatstelijk is gewijzigd
bij de wetten van 10 juli 1995.
Duidelijk wordt dat het koningschap erfelijk vervuld wordt.
Art. 24: Vervulling koningschap
Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers
van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.
Art. 25: Troonsopvolging
Het koningschap gaat bij overlijden van de Koning krachtens erfopvolging over
op zijn wettige nakomelingen, waarbij het oudste kind voorrang heeft,
met plaatsvervulling volgens dezelfde regel.
Bij gebreke van eigen nakomelingen gaat het koningschap op gelijke wijze over
op de wettige nakomelingen eerst van zijn ouder, dan van zijn grootouder,
in de lijn van erfopvolging, voor zover de overleden Koning niet verder bestaand
dan in de derde graad van bloedverwantschap.
Art. 28: Aangaan huwelijk
- 1. De Koning, een huwelijk aangaande buiten bij de wet verleende toestemming,
doet daardoor afstand van het koningschap.
- 2. Gaat iemand die het koningschap van de Koning kan beërven een zodanig huwelijk aan,
dan is hij met de uit dit huwelijk geboren kinderen en hun nakomelingen
van de erfopvolging uitgesloten.
- 3. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake van een voorstel van wet,
strekkende tot het verlenen van toestemming, in verenigde vergadering.
Art. 31: Erfopvolging benoemde Koning
- 1. Een benoemde Koning kan krachtens erfopvolging alleen worden opgevolgd
door zijn wettige nakomelingen.
- 2. De bepalingen omtrent de erfopvolging en het eerste lid van dit artikel
zijn van overeenkomstige toepassing op een benoemde opvolger,
zolang deze nog geen Koning is.
Art. 32: Beëdiging Koning
Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen,
wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam
in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal.
Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt.
De wet stelt nadere regels vast.
Art. 33: Minimum leeftijd koninklijk gezag
De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit,
nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
Een herziening van de Grondwet is nodig wil men de monarchie veranderen:
Art. 137: Procedure herziening Grondwet
- 1. De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt,
in overweging zal worden genomen.
- 2. De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel,
een voorstel voor zodanige wet splitsen.
- 3. Na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, wordt de Tweede Kamer ontbonden.
- 4. Nadat de nieuwe Tweede Kamer is samengekomen, overwegen beide kamers in tweede lezing
het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen
met tenminste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
- 5. De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel,
met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen
een voorstel tot verandering splitsen.