Bewegende vlag

Republiek versus monarchie


Sinds april 2000 is er weer een nieuwe discussie over het koningshuis. Een overzicht (met dank aan www.nu.nl):

Willem-Alexander - D66 wil macht koningin aan banden leggen. De opvolger van koningin Beatrix moet geen deel meer uitmaken van de regering. Ook moet de rol van het staatshoofd bij de kabinetsformatie worden beëindigd.

- Er is nog steeds een meerderheid van de bevolking voor de monarchie. Dat blijkt uit een onderzoek van de dienst Kijk- en Luisteronderzoek. Achtenzestig procent zou voor de monarchie zijn en slechts 15 procent voor de republiek. Dit betekent wel dat er 10 procent minder voorstanders van de monarchie zijn dan drie jaar geleden. Het aantal republikeinen is echter met slechts 2 procent omhoog gegaan. Van de bevolking is 15 procent aan twijfels onderhevig. Driekwart van de bevolking heeft veel waardering voor Beatrix, maar ook dat is minder dan drie jaar terug. Toen liep 91 procent weg met de vorstin. Toch vindt 65 procent dat de invloed van de koningin op de politiek gehandhaafd moet worden. Nog geen kwart (24 procent) vindt dat daar nu toch best eens aan getornd mag worden. Vijf procent wil de koningin meer macht toekennen.

- Het Historisch Nieuwsblad heeft berekend op basis van een steekproef onder 152 deelnemers dat bijna 40 procent van de vrouwen en ruim 50 procent van de mannen vindt dat Beatrix uiterlijk op haar 65ste haar abdicatie moet afkondigen. De monarchie afschaffen hoeft niet: 73 procent wil de staatsvorm overeind houden. Volgens een eerder bekend gemaakte steekproef van RTL vindt 56 procent van de ondervraagden dat Beatrix op haar 65ste met pensioen moet. Zeventig procent van de deelnemers aan deze enquête acht de Prins van Oranje klaar voor het koningschap en is dus kennelijk ook niet tegen voortzetting. Beatrix zit op 30 april twintig jaar op de troon en niets duidt erop dat ze van plan is af te treden. Ze lijkt immers nog fit genoeg. Bovendien, vindt men in brede kring, zou het voor - de steeds hoger gewaardeerde - Willem-Alexander toch wel beter zijn als hij getrouwd is als hij de troon bestijgt. Prins Willem-Alexander leek de huidige rol in de politiek in 1997 niet te gecompliceerd in te zien: "Als je al de adviezen bekijkt, kan er maar één uitkomen" en "Het parlement, het volk, heeft een wet aangenomen en daar kan ik als eenling vrij weinig aan doen." Met de pers leeft de Koningin der Nederlanden erger op gespannen voet dan ooit. De roddelbladen schilderen haar al jaren af als boze (aanstaande) schoonmoeder en sieren hun voorpagina's met de meest ongelukkige foto's van de vorstin die ze kunnen vinden.

- Uit drie opiniepeilingen komt naar voren dat in Nederland de roep om een republiek nog altijd zwak is. Slechts 15 procent zegt te verlangen naar afschaffing van het koningshuis. Koningin Beatrix kan volgens het Nipo-onderzoek rekenen op steun van 67 procent van de Nederlanders. De Dienst kijk-en luisteronderzoek (DKL) zit daar met 68 procent nipt boven; InterView/NSS komt op 88. Het Nipo, dat in opdracht van 2-Vandaag de enquête hield, ziet de populariteit van de vorstin dalen. In 1996 zei 87 procent de koningin een warm hart toe de dragen, tegen nu 67. DKL heeft drie jaar geleden dezelfde vraag gesteld en sindsdien is bij 10 procent de relatie bekoeld. Bij InterView/NSS, dat voor RTL de boer opging, meent bijna de helft (49%) dat de monarchie moet blijven zoals die is. Iets minder dan 40 procent vindt het tijd voor modernisering. Bij DKL wil 65 procent niet tornen aan de invloed van het koningschap op de politiek. Het Nipo meldt een percentage van 67. Het staatshoofd wordt 'gewaardeerd' door driekwart van de ondervraagden bij DKL. Dat is geen mooie score in vergelijking met de peiling in 1997, weet de dienst. Toen was het 91 procent. Bij het Nipo wordt Beatrix door 39 procent arrogant gevonden en door 35 procent van de gevraagden ervaren als bescheiden.



Monarchie versus republiek

Waarom ben jij voor de monarchie, is mij wel eens gevraagd. Welnu, zoals ook in de onderstaande tekst wordt gesteld, er is een historische verbond tussen het Nederlandse volk en het Huis van Oranje Nassau. Zonder dat ik daar persoonlijk bijzonder grote kennis van heb is dit voor mij een gegeven. Een instituut zoals ons Koningshuis heeft mijn volledige vertrouwen, totdat het overduidelijk is dat het anders moet. Ik vind het dan ook interessant dat er nu al mensen zijn die beweren dat het tijd is voor een Nederlandse republiek. Hun argumenten worden op deze pagina enigszins toegelicht, na een stuk tekst vol lof over het Nederlandse staatshoofd. Was getekend; drs. C.J. Kokkeler, maker van deze homepage.



Het Nederlands Koningschap in een veranderende wereld

Uittreksel van de toepspraak, voorgelezen in 1992,
door mr H.D. Tjeenk Willink. Voor de volledige versie zie hier.

Willem-Alexander De wereld verandert sneller dan onze capaciteit om veranderingen te kunnen beheersen. Wat is ons, Nederlandse, oordeel over de nieuwe kansen en bedreigingen? Wat zijn de gevolgen voor ons handelen? Of trekken we ons tevreden terug op eigen erf? Wat houdt ons op dat inmiddels kleurrijke erf bij elkaar? Het "recht op verdeeldheid" is een onderdeel van onze nationale identiteit. De voornaamste opgave is daarom steeds het evenwicht te bewaren tussen verschillende groepen en opvattingen. Evenwichtspolitiek is ons instrument om de eenheid te bewaren. Van die eenheid is het Koningschap het symbool. Die evenwichtspolitiek is de voortdurende poging om door heel veel overleg ('Nederland vergaderland') tot brede overeenstemming te komen tussen uiteenlopende opvattingen en groepen. Ieder krijgt een beetje gelijk. Geen duidelijke winnaars, geen blijvende verliezers.

Als de twijfel over de evenwichtspolitiek groeit neemt het belang van het Koningschap als symbool van eenheid toe, maar ook de kwetsbaarheid. Veel hangt dan af van het gezag van het Staatshoofd. Vanaf het einde van de vorige eeuw is de monarchie door alle politieke en religieuze groepen, behalve de socialisten, als tegenwicht gezien tegen de verdeeldheid. Die positie van de monarchie als symbool van nationale eenheid werd door de Tweede Wereldoorlog definitief gevestigd, ook voor de socialisten. Het recht op verdeeldheid werd aangetast; het symbool van de eenheid, de Koningin, verdreven. Dat alles scherpte het besef van de nationale verbondenheid. Vandaaruit is het ook verklaarbaar dat sinds 1945 er in Nederland eigenlijk maar twee kwesties zijn die het land op zijn grondvesten doet trillen: alles wat aan de oorlog raakt en alles wat het Koningshuis bedreigt. Zij vormen tot op de dag van vandaag de enige nationale kwesties die politici consequent buiten de partij-politieke strijd proberen te houden.

Op dit hechte fundament trad 35 jaar na de oorlog Koningin Beatrix aan, met veel krediet maar nog zonder eigen gezag. Het gezag van een Staatshoofd is steeds meer afhankelijk van de wijze waarop de functie wordt uitgeoefend. Er is grote bewondering en dankbaarheid voor de wijze waarop Beatrix dit Koningschap werkelijk inhoud geeft door kennis van zaken, menselijke betrokkenheid, waardigheid. Dat is ook een kwestie van heel hard werken; vaak tot diep in de nacht. Met deze vervulling van het Koningschap heeft Beatrix zich met Prins Claus gezag verworven; ook het gezag om publiekelijk aandacht te vragen voor fundamentele problemen die de levensduur van een kabinet of een generatie overschrijden en de partijpolitieke grenzen doorbreken. Milieu, welvaartsverdeling in de wereld en Europese integratie zijn drie problemen, die steeds in haar toespraken terugkeren.

Wie de gezagsverhoudingen binnen de Nederlandse Staat in de afgelopen decennia bekijkt, ontdekt dat de wetgever aan geloofwaardigheid heeft ingeboet, maar de rechter aan vertrouwen gewonnen. Hij ontdekt ook dat het gezag van politieke instellingen en partijen is aangetast, maar het gezag van de Koningin is gegroeid. Koningin en rechter; de een erfelijk aangewezen, de ander voor het leven benoemd. Is dat niet vreemd in een parlementaire democratie waarin toch de legitimatie door verkiezingen zo op de voorgrond staat?

Door zwakke plekken in de democratie wordt een inhoudelijk Koningschap, een Koningschap dat meer is dan uiterlijke glans, op den duur kwetsbaar. Zoals de rechter kwetsbaar wordt als de wetgever het te lang laat afweten. Dat geldt zeker in tijden van verandering. Een erfelijk Staatshoofd kan die zwakke plekken zelf niet wegnemen: het is niet gekozen, heeft geen eigen beleid noch eigen politieke verantwoordelijkheid. Een erfelijk Staatshoofd kan wel bijdragen aan een levende democratie. Een levende democratie bestaat uit vier kenmerken. De Koningin levert een onmisbare bijdrage aan elk van deze vier kenmerken. De kenmerken zijn:

    Gezin
  1. Publieke betrokkenheid bij wat ons gemeenschappelijk raakt;
    Allereerst is de Koningin het symbool van de gemeenschap die we gezamenlijk vormen. Zij deelt in onze gezamenlijke vreugden en verdriet.
  2. Door politieke aandacht voor nieuwe ontwikkelingen;
    De Koningin heeft zich de positie verworven om voor bepaalde problemen, op bepaalde momenten,  publiekelijk aandacht te vragen.
  3. Door het overstijgen van deelbelangen;
    In een samenleving waarin deelbelangen traditioneel een grote rol spelen kiest de Koningin naar de woorden van de Minister-President "de nationale, deelbelangen overstijgende, invalshoek". Dat doet zij bijvoorbeeld in de regelmatige gesprekken met ministers en staatssecretarissen.
  4. Door het erkennen van de menselijke maat.
    In een beleid dat vaak onvermijdelijk in grote maten meet, groeit de behoefte aan erkenning van de menselijke maat, de erkenning van individuele initiatieven en problemen. De Koningin probeert die erkenning tot uitdrukking te brengen bijvoorbeeld in haar werkbezoeken, maar ook in talloze gesprekken en informele contacten.

Dit Koningschap stelt hoge eisen. De Koningin kan deze functie vervullen niet ondanks maar juist dankzij de grondwettelijke beperkingen. Deze beschermen haar tegen al wat het leven van ministers tekent: de verbinding met een partij, de noodzaak verkiezingsbeloften waar te maken, de verantwoordelijkheid voor de resultaten van het beleid. "De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk". Zo staat het in de Grondwet. Zo moet het blijven. Beatrix levert aan de levende democratie een belangrijke bijdrage door werkelijk inhoud te geven aan de rechten van een onschendbaar Staatshoofd: "het recht om geinformeerd te worden, het recht om te waarschuwen en het recht om te bemoedigen".



Anti-monarchisten

Op de dag dat Willem-Alexander een groot televisie-interview geeft in NOVA, doen ze weer van zich spreken: de heren van het Republikeins Genootschap. Het illustere gezelschap van voornamelijk prominente zakenlieden heeft zich uitgebreid met 'uitverkorenen' uit de wereld van kunst, cultuur en uitgeverij.
       Trots deed het genootschap kond van de nieuwe ledenlijst, waarop naast getrouwe anti-monarchisten uit het bedrijfsleven aansprekende namen prijken als die van: Foute voorstelling van zaken

Opmerkelijk zijn de namen van Rümke, De Jong en Haakmat, want bij de oprichtingsvergadering werd nadrukkelijk bepaald: 'Leden kunnen ook op lichamelijke kenmerken worden geselecteerd: alleen autochtone mannen komen in aanmerking.' De passage was voor Harry Mulisch reden af te haken.
        Volgens de schrijver is het juist vanwege dit criterium dat 'de monarchie nog vooruitstrevender is: de koningin is nauwelijks een autochtone vrouw'. Door de publiciteit die het genootschap kreeg, trokken meer prominenten zich terug. Oud-hoofdredacteur Ben Knapen van NRC Handelsblad bijvoorbeeld en Robeco-topman P. Korteweg.
        Advocaat André Haakmaat, Surinaamse Nederlander, zegt dat huidskleur geen rol meer speelt in het genootschap. Hij ontkent dat de passage ooit in de notulen is terechtgekomen, maar als hem die wordt voorgelezen, zegt hij: 'Dan is men kennelijk van mening veranderd. Overigens ben ik niet op dit soort gronden benaderd.'
        Haakmat gelooft net als de rest van de club dat een consequente doortrekking van het democratisch principe leidt tot een republikeinse staatsvorm. Hij vindt dat in een volwassen democratie een erfelijk koningschap bij de gratie Gods niet thuishoort. De bedoeling van het genootschap is volgens de advocaat 'uiterst serieus'.
        Jaap van Heerden: 'Ik ben er nog niet van overtuigd dat de republiek er moet komen. Principieel ben ik er voorstander van, maar ik vraag me af of het haalbaar is. Daar zal ik nog achter moeten komen.'

Het Republikeins Genootschap bestaat sinds vorig najaar en is een initiatief van voormalig Elsevier-topman Pierre Vinken. Samen met oud-minister R. Nelissen van Economische Zaken en vice-voorzitter J. Kremersvan de Robecogroep (oud-commissaris van de koningin in Limburg) vormt hij de kern. De vraag of het hier gaat om een vóóral dinerend herenclubje of een serieus initiatief wordt door leden verschillend beantwoord.
        Opvallend is dat het genootschap dit keer zelf de publiciteit heeft gezocht met de aanvulling op de oude ledenlijst. In de oprichtingsvergadering is duidelijk afgesproken dat het genootschap zich pas over twee jaar presenteert 'op een tijdstip waarop de zichzelf overschattende monarchie een fatale fout maakt'.
        Verwachten de republikeinen dat de kroonprins vanavond op televisie de monarchie zal verspelen? Nee, de kroonprins heeft met het tijdstip niks mee te maken, zegt prof. H. van den Bergh, een van de founding fathers van de club.
        De ontwikkelingen rond de dood van een prinses zijn aan het genootschap niet voorbijgegaan. Van den Bergh: 'In de nasleep van de Diana's dood zie je wat voor een ellende je rond koninklijke families krijgt. De monarchie is een onhoudbare toestand. Dat dringt in Engeland steeds meer door, en ook in Nederland.'
        Hij zegt dat 'meneer Vinken', eindredacteur van de ledenlijst, erop is gebrand opinion leaders aan zich te binden. Vooralsnog wordt er streng geselecteerd. 'Maar er staan duizenden mensen te dringen om zich aan te sluiten. Dat blijkt uit de respons die we krijgen.'

Het genootschap is voornemens eens per jaar een Oldebarnevelt-lezing te houden. Van Oldebarnevelt was, zegt Van den Bergh, 'de eerste heer die door de Oranjes om zeep is geholpen'.
        Nog één misverstand moet uit de wereld. Van den Bergh: 'Ons initiatief is niet gericht tegen die arme Beatrix. Die laten we rustig uitdienen, tot ze niet meer wil. Pas daarna moet de discussie over de monarchie hevig losbarsten.'

Uit de Volkskrant van 11 september 1997




Naast oude ook 'nieuwe' republikeinen

Republikeinen Naast deze mensen zijn er op internet ook nog andere republikeinen die denken dat het leven zonder de Koninklijke familie opeens veel mooier zal zijn.
Welnu kijk zelf maar naar hun argumenten op deze plek.
Opinions are like assholes, everybody has one, kijk hier naar teksten zoals: "Beatrix is een wassen pop, Willem Alexander zal het werk niet zo fantastisch doen".

Ook Groen Links heeft een eigen mening

Republikeinen De jongerenorganisatie DWARS van de politieke partij GroenLinks denkt dat Willem-Alexander een anti-held is. Hoe je de wereld kunt verbeteren kun je zelf lezen hier. Alles over kraken e.d.

Ten slotte een pagina die begint met de volgende tekst: "Het wachten is op de dag dat de Nederlandse bevolking de paleizen en landgoederen van het parasitair koninklijk huis massaal gaat plunderen en de bewoners ervan teruggejaagd worden over de Duitse grens". Kijk hier voor meer intellectuele argumenten.



Nu komen de hele foute mensen


Republikeinen Klik hier voor acties van autonomen. (Leuk zeg, officiele feesten verstoren).
Klik hier voor meer foute affiches.
Klik hier voor de M.E. 'kicks ass'. (Hup Blauw, zeg ik altijd maar).



Tot slot nog iemand die voor prins Johan Friso pleit

Dat de beste moge winnen ...
Nederland is geobsedeerd door werving en selectie. De juiste persoon moet op de juiste plek terechtkomen tegen de juiste vergoeding. Personeelsbeleid heet dit en iedere organisatie, van gesubsidieerd jeugdhonk tot multinational, doet eraan. Toch is er één uitzondering: ons staatshoofd. Primogenituur heet de methode waarmee Nederland aan zijn koningen en koninginnen komt, het grondwettelijke erfrecht van de eerstgeborene. Wie als eerste kind van het huidige staatshoofd levend wordt geboren en geen gevaarlijke geestelijke aandoeningen heeft, mag staatshoofd worden. De gelukkige is op dit moment Willem-Alexander van Oranje Nassau, een 32-jarige alleenstaande historicus met een voorliefde voor vliegen en water. Mensen die hem kennen, weten te vertellen dat het een bijzonder sympathieke jongen is, iemand die graag een potje bier lust, maar ook zijn lichaam in vorm houdt door fanatiek te sporten. Maar is hij wel de meest geschikte persoon om staatshoofd te worden?

In de spaarzame interviews die hij geeft, doet hij op een aandoenlijke manier zijn uiterste best om aan te tonen dat het wel en wee van ons land zijn persoonlijk wel en wee is. Het water, staatsvijand nummer één in ons landje achter de dijken, is dan ook zijn grootste opponent: hij wil het goedje in toom houden. Hoewel Nederland even diep moest nadenken wat de term water-management nu precies inhield, murmelde het volk de dag na het Witteman-interview instemmend over de ambities van onze kroonprins. In het land waar droogmalen en inpolderen tot het nationale erfgoed behoort, is een jongen die zijn vinger in de dijk wil steken altijd populair.

Kroonprins Willem-AlexanderPrins Johan Friso

Op het eerste gezicht niets aan de hand, zou je dus zeggen. Maar Willem-Alexander heeft één gigantisch probleem: er is iemand in zijn onmiddellijke nabijheid die veel beter is geoutilleerd voor het vak van staatshoofd dan hij: zijn jongere broer Johan Friso. Waar W.A. slechts met pijn en moeite zijn studie af wist te maken werd Friso zonder moeite maar liefst twee maal academicus. Hij studeerde allereerst twee jaar werktuigbouw aan de universiteit van Berkeley (Californië) en specialiseerde zich daarna in de luchtvaarttechniek aan de Technische Universiteit Delft. Alsof dat niet genoeg was, deed hij bijna gelijktijdig in vier jaar een studie economie in Rotterdam. Van zowel Delft als Rotterdam ontving hij een academische graad. Ook na hun studies lopen de carrières van beide Oranjes sterk uiteen. Terwijl Willem Alexander zich in functies bij de luchtmacht en de marine bezighield, ging Friso aan de slag bij het snoeiharde Amerikaanse adviesbureau McKinsey. Hij kwam binnen op het niveau van fellow, normaal voor iemand met een academische graad. Na anderhalf jaar bood het adviesbureau hem een beurs aan voor Insead, het prestigieuze mba-opleidingsinstituut nabij Parijs. Ook dat is overigens niet ongebruikelijk voor talentvolle jonge werknemers bij McKinsey. Friso vertrok bij de Amerikanen na zijn mba, maar niet omdat hij een lichtgewicht was. Er waren gewoon nog betere werkgevers te vinden.

Friso's nieuwe baas werd niet minder dan de prestigieuze zakenbank Goldman Sachs in Londen. Alleen de allerbeste economen worden bij deze financiële instelling in Fleet Street aangenomen en gelijk bedolven onder het werk. Klagen helpt niet (dan pas je schijnbaar niet in de cultuur) en de weinige vakantiedagen die in je contract staan, zijn er om niet opgenomen te worden. Bij deze meedogenloze financier verdient Johan Friso ongeveer twee ton per jaar. Het feit dat hij er na twee jaar nog niet uit ligt, wil volgens kenners van de bankcultuur zeggen dat het goed met hem gaat. Nieuwkomers die niet geschikt zijn, vliegen er meestal binnen het eerste jaar uit. De prins wordt klaargestoomd om de financiën van Oranje - naar verluidt enkele miljarden groot - te gaan beheren. Royaltywatcher Marc van der Linden vertelde in het tijdschrift Quote dat hij denkt dat Friso daarmee minstens zo belangrijk wordt als Willem-Alexander: 'Hij moet zorgen voor het kapitaal.'

De kroonprins bedreef zich ondertussen vooral in het vliegen. Hij bestuurt soms het regeringstoestel. Daarnaast vliegt hij voor Martinair en KLM Cityhopper korte routes onder een van zijn vele adellijke (schuil)namen. De co-piloot houdt om herkenning te voorkomen het obligate praatje over de buitentemperatuur en de vlieghoogte. Daarnaast is W.A. 'buitengewoon aide-de-camp' van zijn moeder. In de praktijk betekent deze glansrijke titel dat hij haar vergezelt op belangrijke staatsbezoeken, zoals onlangs naar China. Als Willem-Alexander ooit koning wordt, dan krijgt het Nederlandse volk dus in ieder geval de minst gewiekste van de twee Oranje-telgen.

W.A. is jolig - zwetend hing hij om de nek van olympische sporters in Atlanta. Hij is te begrijpen - niemand in zijn familie spreekt zo ongecompliceerd en onbekakt Nederlands als hij. En misschien wel het allerbelangrijkst: hij maakt de indruk een doorsnee hogere middenklasse Hollandse jongen te zijn. Daartegenover toonde de cameraschuwe Friso zich aanvankelijk een zeer terughoudende persoonlijkheid. Toen hij afstudeerde in Delft heerste op kranten- en tijdschriftredacties door het hele land paniek: recente foto's waar hij alleen op stond, waren bijna niet te vinden. Ook wisten de journalisten niet zo bijster veel over zijn karakter te melden, behalve het clichématige bericht dat Friso een soort nerd is, een wereldvreemde brainiac. Briljant tot in zijn tenen maar sociaal nauwelijks intelligent. Aansprekende hobby's heeft hij ook al niet. De jongere prins speelt niet onverdienstelijk golf, nauwelijks een volkssport te noemen. Toch lijkt hij zich de laatste tijd te herstellen. Op foto's kijkt hij zelfverzekerder de lens in. De Londense City - en volgens geruchten ook de kroegen in Soho - hebben hem wat bijdehanter gemaakt. Ook in dat opzicht doet hij dus steeds minder voor zijn oudere broer onder.

Friso heeft dus tegenwoordig zowel brains als balls. Maar dat neemt niet weg dat we het straks moeten doen met de minst getalenteerde telg uit het geslacht Oranje. Is er iets te doen aan deze bijzonder schokkende onrechtvaardigheid? Misschien. Er zijn genoeg voorbeelden te vinden van jongere troonpretendenten die de plaats innamen die was gereserveerd voor een ouder kind. Maar helaas: Willem-Alexander is een man, hij heeft geen gescheiden vriendinnen en extreem religieuze neigingen zijn hem vreemd. Bovendien hangt hij zo verschrikkelijk aan het leven. Zelfs een redelijk ernstige immuunziekte die een aantal jaren geleden bij hem werd geconstateerd, wist hij met medicijnen te overwinnen. Het ziet er dus naar uit dat we moeten wennen aan koning Lex. Tenzij de Nederlandse monarchie onder zware druk komt te staan en we kiezen voor een democratischer staatsvorm. Nederland is echter het land van de compromissen. Republikeinen en royalisten zie ik nog wel eens een monsterverbond sluiten en als monstrueus compromis de gekozen koning invoeren. De keuze zou dan logischerwijs gaat tussen de drie zonen van Beatrix. En we weten allemaal wie er dan gaat winnen.

Dit artikel is overgenomen uit Starters van 18 juni 1999, en gecensureerd c.q. ingekort door C.J. Kokkeler.